2015, Amsterdam: Componisten in oorlogstijd

image_pdfimage_print

Brochure Vervolgde componisten, Stadsarchief Amsterdam 2015Op initiatief van de Leo Smit Stichting vindt er 4 juni een manifestatie plaats in het Stadsarchief Amsterdam, met als thema “Verboden muziek in de Tweede Wereldoorlog”. Er wordt een boek gepresenteerd, getiteld “Vervolgde componisten in Nederland”, er verschijnt een gelijknamige, tiendelige cd-box en er is in het Stadsarchief gedurende enkele maanden een tentoonstelling te bezichtigen over het Amsterdamse muziekleven in oorlogstijd. Tevens wordt daar in een serie van zes (gratis) zomerconcerten werk van vrijwel al deze componisten ten gehore gebracht.

Het boek – uitg. Amsterdam University Press, 313 pag. –beschrijft de levens en werken van 35 Nederlandse musici. Deze zijn geselecteerd, zo lichten de redacteuren Carine Alders en Eleonore Pameier toe, “op grond van het feit dat ze goede muziek schreven, in Nederland actief waren en dat hun muziek in de Tweede Wereldoorlog verboden was”. 2015-Boekomslag-Vervolgde-componisten-in-NederlandGéza Frid die als door een wonder de arrestatie en deportatie van de Joden uit Nederland was ontlopen, is een van hen. Dertien collega’s hebben de oorlog niet overleefd. Vrienden en al dan niet bekende componisten in deze bijzondere bundel zijn onder meer Lex van Delden, Marius Flothuis, Zoltán Székely, Max Vredenburg en Rosy Wertheim.

Frid was al in de jaren twintig van de vorige eeuw het antisemitisme in zijn geboorteland ontvlucht, maar belandde als stateloze Jood met zijn jonge gezin in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog van de regen in de drup. Aanvankelijk wist een neef van zijn vrouw, de latere burgemeester van Amsterdam Gijs van Hall, hem nog enigszins uit de wind te houden door hem ergens een zogenaamd onmisbaar baantje te geven als ‘assistent-accountant’. In het voorjaar van 1941 trad Frid voor het laatst in het openbaar op. Al snel werd toen namelijk het reisverbod van kracht en het verbod om je muziek te vertolken of te laten uitvoeren. Dit laatste gold overigens niet alleen voor Joden, maar ook voor musici die weigerden een Ariërverklaring te tekenen of lid te worden van de Kultuurkamer.

Hongerwinter 1945 - uit Frids dagboek

Vanaf 1942 organiseerde Géza Frid bijna vijftig levensgevaarlijke, want clandestiene huisconcerten, thuis en bij vrienden. In de hongerwinter van 1945 werden dat de zogenaamde ‘Levensmiddelen-concerten’. Voor een appel en een ei, maar dan letterlijk. Het publiek betaalde in natura: een half pakje boter, wat meel, een doosje lucifers. Frid was actief in de ‘illegaliteit’, als vervalser van bonnen en persoonsbewijzen en hij nam deel aan het kunstenaarsverzet (met als contactpersonen zijn Hongaarse vriend Sándor Baracs, plaatsvervangend commandant van de Amsterdamse Binnenlandse Strijdkrachten en collega Bertus van Lier, hoofd van het kunstenaarsverzet).

Een paar weken na de bevrijding geeft Frid thuis in de Van Eeghenstraat een “Dankbaarheids-concert”. Op het programma staat o.a. zijn nog niet eerder uitgevoerde Tweede Strijkkwartet, opus 21, gecomponeerd vlak voor het uitbreken van de oorlog. En als bijzondere versnapering krijgen alle aanwezigen in de pauze een glas limonade aangeboden.

In 1948, ruim twintig jaar na zijn komst naar Nederland, wordt Frid eindelijk genaturaliseerd. Dit symboliseert voor hem de herstart van een heerlijk hectisch kunstenaarsleven, als pianist en als componist.