2018, Rostock: ‘Zeitzeugen’ gezocht!

image_pdfimage_print

De afgelopen tien, twintig jaar is er onmiskenbaar een verhoogde belangstelling ontstaan voor de muziek van (Joodse) componisten die de Tweede Wereldoorlog al dan niet hebben overleefd. In Nederland vervult de Leo Smit Stichting, ook internationaal, een vooraanstaande rol als ontsluiter én als uitvoerder van deze hervonden (meester)werken.

En er is nog een andere ontwikkeling gaande. In een streven de levensomstandigheden van de betrokken musici zo authentiek mogelijk weer te geven, wordt met name in landen als Duitsland en Oostenrijk tegenwoordig steeds vaker de zogenaamde ‘Zeitzeuge’ ten tonele gevoerd. Een beeldend begrip waarvoor eigenlijk geen equivalent woord in het Nederlands te vinden is. Zeitzeugen gezocht, zolang de voorraad strekt! Gedoeld wordt op de getuigenissen van het snel slinkende groepje bejaarden die destijds, als “zoon of dochter van”, WO II zelf nog min of meer bewust aan den lijve hebben ondervonden.

Dus, als ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van Zentrum verfemte (verbannen) Musik eind januari in Rostock en ook in Schwerin aandacht wordt besteed aan de muziek van de Hongaars-Nederlandse componist Géza Frid, wordt Arthur uitgenodigd het concertpubliek iets over zijn vader te komen vertellen. Met de nadruk graag op de ‘gevoelsherinneringen uit de oorlogstijd’!

Concertprogramma Schwerin 26-1-2018En die zijn er nog steeds, ook ruim zeventig jaar na dato. Leuk met pappa en mamma het dak opklimmen bijvoorbeeld vanuit ons huis in de Van Eeghenstraat en dan hollend over de daken -net als het paard van Sinterklaas!- richting Corn. Schuytstraat. Oefenen voor als het écht nodig was, bij een razzia. Of die feestelijke aankondiging door zijn ouders: “Morgen, Thuurtje, morgen krijgen we iets héél lekkers te eten: suikerbiet en gebakken bloembollen!” Maar ook: dat geblakerde, nog nasmeulende huis in de Apollolaan waar pappa en ik op weg naar school langslopen. Represaillemaatregel van de Duitsers: huis in brand gestoken, bewoners geëxecuteerd. Het gierende bombardement vlak bij ons in de buurt op het hoofdkwartier van de Gestapo. De sfeer van angst, honger en kou – donkere kleutertijd.

Toch kan niemand beter dan mijn vader zelf verwoorden hoe het voor hem voelde om als stateloze Jood met een jong gezin in Amsterdam aan de heidenen te zijn overgeleverd. Wat het voor hem als geboren optimist moet hebben betekend om alle hoop op overleving te hebben verloren. Het verbod van optreden, reisverbod, Jodenster, vogelvrij. In 1943 schreef hij in een dagboekje, oorspronkelijk half op rijm in het Hongaars, zijn enige (door hemzelf amateuristisch genoemde) gedicht:

Tussen vier muren
ingesloten, in zielenpijn.
In kleine en grote zorgen,
geestelijk gebroken, zonder vooruitzichten.

Misschien overleef ik ‘t, misschien ook niet,
indien wel, zonder letsels?
Indien niet, welk donkere
pijn-dood wacht mij dan?

Eeuwige angst, verlangen naar vrijheid
en vooral naar wraak, een steeds
sterker, langzamerhand
onhoudbaar wraak-verlangen: 

Moorden, verkrachten, razen,
liefhebben-werken.
Tussen vier muren
ingesloten, in zielenpijn.